ECLI:NL:HR:1989:AC3119
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Bronkhorst
- vice-president Van den Blink
- raadsheer Jeukens
- raadsheer Beekhuis
- raadsheer Keijzer
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontoereikende weerlegging noodweer en noodweerexces
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage dat een verdachte heeft veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens doodslag. De verdachte had zich verdedigd met een beroep op noodweer en noodweerexces nadat hij in een bar was beroofd door het latere slachtoffer, die hem met een mes aanviel.
De verdediging stelde dat de aanranding door het slachtoffer nog voortduurde toen de verdachte zich verdedigde en dat het handelen van de verdachte daardoor gerechtvaardigd was. Het Hof verwierp dit verweer echter met een motivering die de Hoge Raad onbegrijpelijk en innerlijk tegenstrijdig achtte. Het Hof stelde dat de aanranding gering was en dat er een extreme wanverhouding bestond tussen de aanranding en het gevaar voor eigen leven bij de verdediging, waardoor geen noodweersituatie zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen en dat het oordeel niet kon worden gedragen door de aangevoerde gronden. Ook het subsidiaire beroep op psychische overmacht werd afgewezen omdat de verdachte zich volgens het Hof door eigen toedoen in de situatie had gebracht. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering omtrent noodweer en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting.