Conclusie
Nummer19/00650
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het beroep op noodweer ten onrechte, althans niet begrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen. Volgens de steller van het middel zijn de vaststelling dat de verdachte een zeer krachtige slag zou hebben gegeven en het oordeel dat de slag in het gezicht van de aangever niet geboden was door de noodzakelijke verdediging niet begrijpelijk gemotiveerd.
eigen waarnemingvan het hof.
“in aanmerking genomen dat het slachtoffer het gezicht van verdachte heeft weggeduwd, verdachte een trap tegen zijn borst heeft gegeven en hem bij de keel heeft gegrepen, terwijl verder geweld van de kant van het slachtoffer dreigde, is het kennelijke oordeel van het Hof dat van verdachte onder de gegeven omstandigheden mocht worden gevergd zich te onttrekken aan de confrontatie, niet begrijpelijk.”
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
tweede middelbehelst de klacht dat het hof, in strijd met (onder meer) het bepaalde in de artikelen 358 en 359 Sv, niet heeft gerespondeerd op het namens de verdachte in hoger beroep gedane beroep op noodweerexces.