ECLI:NL:HR:1994:AA2989
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging aanslag precario- en reclamebelasting gemeente Amsterdam 1988
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg voor het jaar 1988 een gecombineerde aanslag precario- en reclamebelasting van de gemeente Amsterdam opgelegd. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze aanslag. De Directeur der Gemeentebelastingen stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanslag betrekking had op een tijdvak van 12 februari tot en met 31 maart 1988, terwijl het heffingsjaar gelijk is aan het kalenderjaar. Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan een definitieve aanslag pas na afloop van het heffingstijdvak worden opgelegd indien de belastingschuld pas dan kan worden vastgesteld. Hierdoor was de aanslag onrechtmatig opgelegd en diende deze vernietigd te worden.
De Hoge Raad verwierp het standpunt dat de aanslag gelijkgesteld kon worden aan een te lage aanslag na afloop van het heffingsjaar. In plaats daarvan werd geoordeeld dat de aanslag na vernietiging geacht moet worden niet te zijn opgelegd, en dat de inspecteur binnen de wettelijke termijn alsnog een juiste aanslag kan opleggen.
De Hoge Raad wees het beroep van de Directeur af en stelde belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president Stoffer en raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond en Herrmann op 2 november 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bevestigt de vernietiging van de aanslag precario- en reclamebelasting over 1988.