ECLI:NL:HR:1995:AA1528
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ondernemerstatus dirigent voor omzetbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende, werkzaam als docent koordirectie en dirigent/repetitor, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1987-1989. Hij had inkomsten als winst uit onderneming opgegeven, maar geen omzetbelasting voldaan. Het Hof Arnhem oordeelde dat hij als ondernemer voor de omzetbelasting moest worden aangemerkt, mede gelet op het tijdsbeslag, investeringen en honoraria.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat hij niet als ondernemer kon worden gezien omdat hij niet duurzaam naar winst streefde en zijn werkzaamheden niet aan het economisch verkeer deelnamen. Ook voerde hij aan dat hij als dirigent niet onder de artiestenregeling viel. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst.
Verder wees de Hoge Raad het beroep af dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden en dat de Inspecteur een onderzoeksplicht had. De Hoge Raad bevestigde dat belanghebbende een plicht had zich te oriënteren op omzetbelastingheffing en dat de naheffingsaanslag en verhoging terecht waren opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat belanghebbende als ondernemer voor de omzetbelasting moet worden aangemerkt.