ECLI:NL:PHR:2006:AZ4968
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrecht en toepasselijkheid artiestenregeling bij televisiepresentatrice woonachtig in Mexico
Belanghebbende, een televisiepresentatrice die in Mexico woont, was via haar vennootschap A BV verbonden aan de Nederlandse omroep C. Zij verrichtte werkzaamheden in Nederland en bereidde zich in Mexico voor. Het geschil betrof de vraag welk deel van haar inkomsten in Nederland belast mocht worden en of zij als artiest in de zin van artikel 17 van Pro het belastingverdrag met Mexico moest worden aangemerkt.
Het Hof had geoordeeld dat slechts een deel van de vergoeding, gerelateerd aan daadwerkelijk in Nederland gewerkte dagen, aan Nederland toerekenbaar was. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende als artiest moet worden beschouwd, waardoor artikel 17 van Pro het verdrag van toepassing is en Nederland bevoegd is het volledige inkomen te belasten. Voorbereidingsdagen in Mexico zijn accessoir aan het optreden in Nederland en vallen onder de Nederlandse heffing.
Daarnaast is geoordeeld dat de beëindigingsvergoeding niet onder artikel 17 valt Pro en dat de toerekening daarvan aan Nederland of Mexico afhankelijk is van het karakter van de vergoeding en het arbeidsverleden. De zaak voor het jaar 1999 kan worden afgedaan, voor het jaar 2000 volgt verwijzing voor nadere feitelijke beoordeling.
Uitkomst: Nederland is bevoegd tot heffing over de volledige vergoeding van de televisiepresentatrice in 1999 en de reguliere beloning in 2000, waarbij artikel 17 van het belastingverdrag van toepassing is.