ECLI:NL:PHR:2006:AV1705
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrecht en toerekening arbeidsbeloning televisiepresentatrice woonachtig in Mexico
Belanghebbende, een televisiepresentatrice die sinds 1998 in Mexico woont, was via haar vennootschap A BV verbonden aan de Nederlandse omroep C. Zij ontving een vaste beloning voor haar werkzaamheden, waaronder presentatie van televisieprogramma's in Nederland. Het geschil betrof de vraag in hoeverre Nederland belasting mag heffen over haar inkomsten, mede aan de hand van het belastingverdrag tussen Nederland en Mexico.
Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat slechts het deel van de beloning dat correspondeert met daadwerkelijk in Nederland gewerkte dagen aan Nederland toerekenbaar was, en de rest aan Mexico. De Hoge Raad stelt echter dat belanghebbende kwalificeert als artiest in de zin van artikel 17 van Pro het belastingverdrag, waardoor Nederland het volledige inkomen mag belasten dat samenhangt met haar optredens in Nederland, inclusief voorbereidingsdagen.
Voor de beëindigingsvergoeding is een aparte beoordeling nodig, omdat deze vergoeding niet direct verband houdt met optredens en mogelijk onder andere verdragsartikelen valt. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond voor het jaar 1999 en verwijst de zaak voor het jaar 2000 terug naar het hof voor nadere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond voor 1999 en verwijst de zaak voor 2000 terug naar het hof voor nadere beoordeling.