ECLI:NL:HR:1995:AA1665
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid van proceskosten voor vermindering van uitkeringen tot levensonderhoud
Belanghebbende is geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1990, vastgesteld op een belastbaar inkomen van ƒ 62.569,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof te 's-Gravenhage is de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad beoordeelde het middel dat betrekking had op de aftrekbaarheid van proceskosten die zijn gemaakt om vermindering te bewerkstelligen van uitkeringen tot levensonderhoud. De Hoge Raad bevestigde de eerdere jurisprudentie dat dergelijke proceskosten niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 35 lid 1 en Pro artikel 45 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake was van verboden ongelijke behandeling op grond van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, omdat de aard van de kosten die betrekking hebben op inkomsten verschilt van die welke betrekking hebben op uitgaven.
De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af, omdat daartoe geen gronden aanwezig waren volgens artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.