Uitspraak
[X]te
[Z]tegen de uitspraak van het Gerechtshof te
Amsterdamvan 10 juni 1976 betreffende de haar opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1973;
f12.344,--, na vergeefs daartegen gemaakt bezwaar, van de uitspraak van de Inspecteur in beroep is gekomen bij het Hof;
f1.200,-- per maand; op vordering van de man werd op 8 juni 1972 door genoemde rechtbank uitgesproken ontbinding van voormeld huwelijk, waarbij op vordering van belanghebbende de man werd veroordeeld aan haar tot haar levensonderhoud te betalen
f1.500,-- per maand met ingang van 1 januari 1973 telkenjare te herzien volgens een index te bepalen volgens loonrondes voor [B] vliegers met dien verstande dat, zodra de man geen actief vlieger in dienst van de [B] blijft, een nieuwe regeling tussen partijen zal worden getroffen en voorts dat het bedrag van de alimentatie zal worden verminderd met de helft van de bruto verdiensten die de vrouw mogelijk zal verwerven;
f16.000,-- per jaar welke premie verschuldigd zou zijn tot de dag waarop de man 56 jaar zal worden;
f16.000,-- per jaar'' '';
f150,-- als kosten kunnen aftrekken;
f1.200,-- per maand.
f1.500,-- per maand.
f2.400,-- ('s Hofs vaststelling dat dit bedrag in 1972 is betaald berust op een kennelijke vergissing) in vorenbedoelde zin als aftrekbare kosten valt aan te merken;