ECLI:NL:HR:1995:AA3070
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid navorderingsaanslag en verhoging vennootschapsbelasting 1986
X B.V. werd voor het jaar 1986 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 10.000.000,-- en een verhoging van 100%. De aanslag volgde nadat de fiscale eenheid per 1 januari 1986 was beëindigd door aandelenverkoop. X B.V. had geen primitieve aanslag ontvangen en ook geen verzoek tot aangifte ingediend. Het Gerechtshof Amsterdam had de aanslag verminderd tot ƒ 9.071.668,-- en de verhoging beperkt tot 25%.
In cassatie stelde X B.V. onder meer dat het vereiste nieuwe feit voor navordering ontbrak, dat de deelnemingsvrijstelling onterecht niet werd toegepast, dat de verhoging onvoldoende was gemotiveerd, en dat de verhoging in strijd was met het EVRM en het IVBP. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de toezending van jaarrekeningen in 1991 een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt. Ook was er geen sprake van verboden discriminatie door toepassing van de annaalbezitseis. De motivering van de verhoging was voldoende en het Hof had terecht aangenomen dat sprake was van grove schuld. De financiële positie van X B.V. rechtvaardigde geen verdere kwijtschelding van de verhoging.
De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en wees geen proceskosten toe. De beslissing omtrent de verhoging werd openbaar gemaakt op 1 maart 1995.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de navorderingsaanslag met verhoging wordt bevestigd.