ECLI:NL:HR:1996:AA1709
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting 1990 wegens toepassing autokostenforfait
Belanghebbende, een ondernemer, had in 1990 een personenauto tot zijn privévermogen gerekend, maar gebruikte deze ook voor zakelijke ritten. Hij bracht een forfaitaire kilometervergoeding van ƒ 12.890 ten laste van zijn winst, gebaseerd op een vast bedrag per kilometer. De Inspecteur stelde dat de aftrek beperkt moest worden tot de werkelijk gemaakte kosten minus een forfaitaire privégebruiksfictie van 20% van de catalogusprijs, wat leidde tot een lagere aftrek.
Het Hof vernietigde het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag en beperkte de aftrek tot een bedrag dat lager was dan door belanghebbende opgegeven, waarbij het autokostenforfait werd gecombineerd met de autokostenfictie uit artikel 42 lid 2 van Pro de Wet. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de autokostenfictie toepaste naast het autokostenforfait van artikel 8b lid 2, dat sinds 1990 een bijzondere regeling vormt en de toepassing van artikel 42 lid 2 uitsluit Pro.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de aanslag van de Inspecteur en stelde het belastbaar inkomen vast op een lager bedrag dan het hof had vastgesteld, waarbij het autokostenforfait leidend was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd verduidelijkt dat voor privéauto's die zakelijk worden gebruikt het forfaitaire bedrag per kilometer de aftrekbeperking bepaalt en niet de autokostenfictie uit artikel 42 lid Pro 2.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 51.648,-- op basis van het autokostenforfait.