Uitspraak
[X] N.V.te
[Z]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 26 september 1995 betreffende de haar voor het jaar 1990 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag werd verminderd na bezwaar, maar het Hof bevestigde de vermindering niet volledig. Belanghebbende had aan werknemers optierechten toegekend, waarbij loon- en inkomstenbelasting was geheven over een bepaald bedrag.
Het Hof oordeelde dat de optieverlening de winst niet drukt en verwierp het standpunt van belanghebbende dat de waarde van de optierechten als kosten in aanmerking genomen moest worden. De Hoge Raad stelde echter dat de waarde van aan werknemers toegekende vergoedingen, waaronder optierechten, als ondernemingskosten moeten worden aangemerkt.
Omdat de werkelijke waarde van de optierechten niet was vastgesteld en het Hof deze niet had bepaald, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en waardebepaling. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nadere behandeling en waardebepaling van de optierechten terug naar het Gerechtshof.