ECLI:NL:HR:1996:AA1757
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt volledige aftrek liquidatieverlies bij aandeleninbreng in concernvennootschap
In deze zaak stond de fiscale behandeling van liquidatieverlies centraal bij de besloten vennootschap X B.V. die in 1981 aandelen inbracht in de opgerichte G B.V. (later H B.V.). De belanghebbende had aandelen in twee dochtervennootschappen ingebracht, die later failliet gingen en werden geliquideerd zonder uitkering. De Inspecteur stelde dat het liquidatieverlies beperkt moest worden tot het bedrag dat door het concern als geheel was opgeofferd, wat resulteerde in een hogere belastbare winst.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage vernietigde de aanslag en stelde dat het liquidatieverlies gelijk was aan het volledige voor de verkrijging opgeofferde bedrag van ƒ 1.250.000, zonder beperking tot de bedragen voor de afzonderlijke aandelen B en F. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever geen voorziening heeft getroffen om het opgeofferde bedrag bij inbreng van aandelen in een nieuw opgerichte vennootschap te beperken zoals bij concernverschuivingen met meerderheidsbelangen.
De Hoge Raad legde uit dat de regeling van artikel 13, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969, een forfaitaire en ruwe vaststelling van het liquidatieverlies inhoudt en dat een letterlijke uitleg meer voor de hand ligt dan een uitlegging naar de veronderstelde strekking. Het arrest bevestigt dat bij aandeleninbreng in een nieuw opgerichte vennootschap het opgeofferde bedrag niet wordt beperkt tot het concernbedrag, anders dan bij verschuiving binnen concernverband met een belang van ten minste een derde.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten en wees het beroep af. Dit arrest is van belang voor de fiscale behandeling van liquidatieverliezen bij concernstructuren en bevestigt de grenzen van de toepassing van de concernregeling in de vennootschapsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het liquidatieverlies gelijk is aan het volledige voor de verkrijging opgeofferde bedrag.