ECLI:NL:HR:1996:AA1803
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over vergoeding invorderingsrente bij successierecht en voorlopige aanslagen
Belanghebbende had successierecht betaald naar aanleiding van voorlopige en definitieve aanslagen. Na ambtshalve vermindering van de definitieve aanslag wegens verkeerde tariefgroep, vergoedde de ontvanger slechts invorderingsrente over het bedrag van de definitieve aanslag. Belanghebbende stelde dat ook rente over de voorlopige aanslagen vergoed moest worden.
Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat alleen rente over het bedrag van de definitieve aanslag vergoed kon worden. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de werkwijze van de ontvanger leidde tot een ongerechtvaardigd rentenadeel en dat invorderingsrente ook over de voorlopige aanslagen vergoed moest worden.
De Hoge Raad oordeelde dat de letter van de wet strikt werd toegepast, maar dat dit tot een onredelijke situatie leidde. De inspecteur heeft immers de keuze tussen twee methoden om de teruggaaf te effectueren, waarvan de ene methode voor de belastingplichtige voordeliger is qua rentevergoeding. De Hoge Raad stelde dat het ongelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel meebrengen dat ook rente over de voorlopige aanslagen vergoed moet worden om het rentenadeel te compenseren.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en de beschikking van de ontvanger en kende een hogere vergoeding van invorderingsrente toe. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad kent een hogere vergoeding van invorderingsrente toe over zowel voorlopige als definitieve aanslagen en vernietigt het arrest van het hof.