ECLI:NL:HR:1996:AA1816
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt woonplaats Nederland voor loonbelasting naheffing over 1983
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting over 1983 opgelegd, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag en het weigeren van kwijtschelding bevestigd. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat hij in Ierland woonde en dat de naheffing onterecht was.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende in Nederland woonde in 1983 en dat het Verdrag met Ierland geen belemmering vormt voor volledige Nederlandse heffing. Ook is het beroep op het Besluit voorkoming dubbele belasting niet geslaagd. Het Hof mocht feiten buiten het tijdvak betrekken en de bewijswaardering is niet onbegrijpelijk.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd ondanks dat de inhouding van loonbelasting achterwege bleef op basis van een verklaring van de inspecteur. Het vertrouwen dat niet nageheven zou worden is niet gerechtvaardigd, mede omdat belanghebbende opzettelijk onjuiste woonplaatsgegevens verstrekte.
De naheffingsaanslag is tijdig opgelegd en de verhoging is inmiddels vervallen. Het cassatieberoep wordt verworpen en er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting 1983 zonder verhoging.