ECLI:NL:HR:1996:AA1872
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing rioolafvoerrecht voor afvalwaterafvoer via gemeentelijke wateren
X B.V. was in 1990 gebruikster van een perceel in Amsterdam waaruit afvalwater werd geloosd op het IJ en het zijkanaal K. De gemeente Amsterdam legde een aanslag rioolafvoerrecht op, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd bevestigd. X B.V. stelde in cassatie onder meer dat het IJ en zijkanaal K niet als gemeentelijke bezittingen in beheer konden worden aangemerkt en dat de heffing onredelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat het IJ en het zijkanaal K eigendom zijn van de gemeente en dat deze wateren in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente, zodat de heffing op grond van artikel 277 van Pro de oude Gemeentewet gerechtvaardigd is. De motiveringsklacht over het ontbreken van nadere bewijsvoering faalde omdat het Hof voldoende had gemotiveerd dat de gemeente uitgaven deed voor kade- en oeverbescherming en baggerwerkzaamheden.
Ook het bezwaar dat de heffing onredelijk of willekeurig zou zijn, werd verworpen. De heffing was afgestemd op de hoeveelheid geloosd afvalwater en de gehanteerde maatstaf was niet onredelijk. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel werd niet ontvankelijk geacht omdat dit niet eerder was ingebracht.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Hiermee blijft de aanslag rioolafvoerrecht voor 1990 gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de aanslag rioolafvoerrecht voor 1990 blijft gehandhaafd.