ECLI:NL:HR:1996:AA1919
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt evenredige toerekening van algemene kostenvergoeding aan beroepskosten gemeenteraadslid
Belanghebbende, werkzaam in loondienst en lid van de gemeenteraad, ontving een algemene onkostenvergoeding voor het jaar 1990. Deze vergoeding werd door hem in mindering gebracht op zijn beroepskosten, waaronder representatiekosten die niet aftrekbaar zijn. De Inspecteur accepteerde deze representatiekosten niet als aftrekbaar en bracht de vergoeding in mindering op de overige kosten.
Het Gerechtshof Arnhem vernietigde het bezwaar van de Inspecteur en verminderde de aanslag naar een lager belastbaar inkomen, waarbij het Hof oordeelde dat de algemene kostenvergoeding pro rata moet worden toegerekend aan de kosten waarvoor zij bestemd is, inclusief representatiekosten.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in met het middel dat een algemene kostenvergoeding eerst moet worden toegerekend aan aftrekbare kosten. De Hoge Raad verwierp dit middel, stellende dat een dergelijke toerekening leidt tot een belast voordeel en niet strookt met de wet of wetsgeschiedenis.
De Hoge Raad bevestigde dat de evenredige toerekening aan de verschillende kostenposten het juiste stelsel is, zowel binnen als buiten de loonsfeer, en dat de Resolutie van de Staatssecretaris die gemeenteraadsleden onbelast laat, als een uitvoeringsregeling moet worden uitgelegd.
Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat een algemene kostenvergoeding naar evenredigheid moet worden toegerekend aan de gemaakte kosten.