ECLI:NL:HR:1999:AA2741
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek van kostenvergoeding wethouder op grond van gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, wethouder van de gemeente Z, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 75.073,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot f 70.505,--. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de aftrekbaarheid van kosten die verband houden met het wethouderschap. De gemeente verstrekte geen onbelaste vergoeding voor kosten anders dan reiskosten, terwijl de Staatssecretaris van Financiën een beleidsregel (Resolutie) heeft die een onbelaste vergoeding tot f 7.200,-- toestaat voor dergelijke kosten. Het hof verwierp de aanspraak op aftrek van f 7.200,-- op grond van het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad oordeelt dat de Resolutie een begunstigend beleid inhoudt en dat belanghebbende aantoonbaar ten minste f 7.200,-- aan kosten heeft gemaakt die onder deze regeling vallen. Daarom heeft hij recht op aftrek van deze kosten, wat leidt tot een vermindering van het belastbaar inkomen tot f 63.839,--. De uitspraak van het hof wordt vernietigd, de aanslag verminderd en de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 63.839,-- en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.