ECLI:NL:HR:1996:AA1937
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over belastingheffing waardeverandering landbouwgrond na bestemmingswijziging
Belanghebbende bracht in 1986 zijn veehouderijonderneming in een maatschap met zijn zoon in, waarbij de bedrijfsgebouwen en grond buitenvennootschappelijk bleven. In 1991 werd de maatschap ontbonden en droeg belanghebbende het ondernemingsvermogen aan zijn zoon over. Belanghebbende betrok een nieuw gebouwde woning op een perceel dat voorheen agrarisch werd gebruikt, maar nu voor privégebruik bestemd was.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op met een belastbaar inkomen gebaseerd op de waardeverandering van de grond. Het hof bevestigde deze aanslag en oordeelde dat de waardeverandering niet onder de landbouwvrijstelling viel omdat de grond bestemd was voor woningbouw.
De Hoge Raad bevestigde dat waardeveranderingen door bestemmingswijziging belastbaar zijn en niet onder de landbouwvrijstelling vallen. Echter, het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de grond vanaf het moment van staking van de onderneming tot het privévermogen moest worden gerekend en waarom de waardeverandering tot de winst van 1991 behoorde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor herbeoordeling.
Daarnaast besloot de Hoge Raad dat belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed krijgt en de Staatssecretaris van Financiën de proceskosten moet betalen. Het arrest werd uitgesproken op 8 juli 1996.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak voor herbeoordeling wegens onvoldoende motivering over waardeverandering landbouwgrond.