ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5980
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep landbouwvrijstelling bij verkoop perceel voor bedrijfswoning
Belanghebbende verkocht in augustus 2003 een perceel grond van 2.200 m2 aan haar aandeelhouders voor de bouw van een bedrijfswoning. Een taxatierapport stelde de waarde in het economisch verkeer (WEV) op € 65.000, gelijk aan de WEV bij agrarische bestemming (WEVAB). De inspecteur stelde de WEVAB echter op € 8.800.
Belanghebbende claimde een landbouwvrijstelling over het verschil tussen WEV en boekwaarde, terwijl de inspecteur deze vrijstelling beperkte tot het verschil tussen WEVAB en boekwaarde. De rechtbank overwoog dat de winst enkel vrijgesteld is voor waardestijgingen toe te rekenen aan landbouwgebruik. Door de bestemming voor een bedrijfswoning is de grond niet langer agrarisch gebruikt, waardoor alleen het verschil tussen WEV en WEVAB als winst geldt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen, mede vanwege duidelijk beleid van de staatssecretaris en bevestigende jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur terecht de landbouwvrijstelling beperkt toepaste en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.