ECLI:NL:HR:1996:AD2594
Hoge Raad
- Beschikking
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Davids
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt individuele aansprakelijkheid bestuurders voor onderzoekskosten niet bewezen
De zaak betreft een verzoek van VHS om op grond van artikel 2:354 BW Pro de kosten van een door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen VHS te verhalen op de betrokken bestuurders en commissarissen. De Ondernemingskamer had het verzoek afgewezen omdat het onderzoeksrapport onvoldoende aanknopingspunten bood om individuele aansprakelijkheid vast te stellen.
In cassatie betoogde VHS dat dit oordeel onjuist was, maar de Hoge Raad bevestigde dat de regeling van artikel 2:354 BW Pro ziet op een individuele aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen voor de kosten van het onderzoek, en dat in deze zaak geen aanwijzingen waren dat de betrokkenen persoonlijk verantwoordelijk waren voor het slecht functioneren van VHS.
De Hoge Raad oordeelde dat de Ondernemingskamer geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat haar oordelen niet onbegrijpelijk waren. Het beroep werd verworpen en VHS werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee blijft de algemene aansprakelijkheidsregeling van artikel 2:9 BW Pro buiten beschouwing in deze specifieke casus.
Uitkomst: Het cassatieberoep van VHS wordt verworpen en VHS wordt veroordeeld in de proceskosten.