Uitspraak
Maatschap [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 14 juni 2012, nr. 11/00708, betreffende een beschikking inzake omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een maatschap bestaande uit twee eigenaren van een woning, stelde twee ruimten in het souterrain van die woning tegen vergoeding ter beschikking aan een vennootschap waarvan een van hen directeur en grootaandeelhouder is. De Inspecteur weigerde teruggaaf van omzetbelasting met het argument dat het geen economische activiteit betrof en dat belaste verhuur niet mogelijk was voor onzelfstandige gedeelten van een woning.
De Rechtbank en het Gerechtshof bevestigden deze afwijzing, waarbij het Hof oordeelde dat onvoldoende objectieve gegevens waren om van een economische activiteit te spreken, mede vanwege het privégebruik en het ontbreken van vergoeding voor gemeenschappelijke voorzieningen.
De Hoge Raad stelt dat het begrip economische activiteit ruim en objectief moet worden uitgelegd en dat het duurzaam tegen vergoeding ter beschikking stellen van de ruimten aan de vennootschap als economische activiteit moet worden aangemerkt. Ook is volgens de Hoge Raad belaste verhuur mogelijk voor onzelfstandige gedeelten van een gebouw dat hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt.
Daarmee vernietigt de Hoge Raad de eerdere uitspraken en beveelt teruggaaf van de omzetbelasting. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en beveelt teruggaaf van omzetbelasting wegens belaste verhuur van ruimten in een woonhuis als economische activiteit.