ECLI:NL:HR:1998:AA2571
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alleenstaande-ouderaftrek bij verblijf kind in huishouden
Belanghebbende, een alleenstaande ouder, kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 65.547,-- met een belastingvrije som volgens tariefgroep 2. Het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en paste een hogere belastingvrije som toe volgens tariefgroep 5, omdat het oordeelde dat het kind meer dan zes maanden tot het huishouden van belanghebbende behoorde.
De Hoge Raad stelde vast dat het kind gemiddeld 2,5 dag per week bij belanghebbende verbleef, terwijl het kind doorgaans 4,5 dag bij de moeder verbleef, die ook de kinderbijslag ontving en waar het kind ingeschreven stond. Het Hof had onjuist geoordeeld dat het verblijf bij belanghebbende niet te bijkomstig was. Volgens vaste jurisprudentie moet het kind minimaal 3 tot 3,5 dag per week bij de ouder verblijven om tot diens huishouden te behoren.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. De proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten. Tevens werd bepaald dat het bedrag van f 150,--, gestort voor de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof, aan de Staatssecretaris van Financiën wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de aanslag van de Inspecteur wordt bevestigd omdat het kind minder dan 3 dagen per week bij belanghebbende verbleef.