ECLI:NL:HR:2020:415
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting bij gelijkwaardige zorgverdeling
Belanghebbende en zijn voormalige partner hebben een dochter die in 2015 op basis van een tweewekelijkse omgangsregeling afwisselend bij beide ouders verbleef. De Inspecteur weigerde de door belanghebbende gevraagde inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) voor dat jaar toe te kennen. De Rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en kende de iack toe, maar het Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de dochter niet doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk huishouden verbleef, waardoor geen recht op iack bestond.
In cassatie klaagde belanghebbende dat het Hof ten onrechte het tweewekelijkse schema niet als gelijkwaardige zorgverdeling had erkend. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever met de iack beoogt ouders die arbeid en zorg combineren tegemoet te komen en dat bij co-ouderschap met gelijkwaardige zorgverdeling beide ouders recht op de iack kunnen hebben, ook als het ritme afwijkt van de standaard drie tot 3,5 dagen per week.
De Hoge Raad stelde vast dat het tweewekelijkse schema van de omgangsregeling voldoet aan de eis van gelijkwaardige zorgverdeling en dat het Hof dit had miskend. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. De Staatssecretaris van Financiën werd opgedragen het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bij een gelijkwaardige zorgverdeling volgens een tweewekelijkse omgangsregeling de inkomensafhankelijke combinatiekorting toekomt.