ECLI:NL:HR:1998:AA2591
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks schending hoorplicht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over het tijdvak 1 oktober 1993 tot 30 juni 1994, omdat haar auto op 6 juni 1994 volgens de Inspecteur op de openbare weg stond geparkeerd. Belanghebbende stelde dat de auto op privéterrein stond en bood getuigenbewijs aan, maar werd niet gehoord door de Inspecteur in de bezwaarprocedure. Het hof bevestigde de aanslag na het horen van getuigen in beroep en oordeelde dat de ambtelijke verklaring voldoende bewijs vormde.
De Hoge Raad overwoog dat de Inspecteur de hoorplicht uit art. 7:2 Awb Pro heeft geschonden door belanghebbende niet te wijzen op de mogelijkheid tot horen en haar niet te horen. Dit verzuim is echter in de beroepsfase hersteld door het hof, dat de getuigen hoorde en de zaak zorgvuldig beoordeelde. Daarom kan de zaak niet worden terugverwezen naar de Inspecteur. Ook werd geoordeeld dat de onzorgvuldigheid niet tot vernietiging van de aanslag leidt, mede vanwege de mogelijkheid tot herstel in beroep.
De Hoge Raad bevestigde dat schending van de hoorplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel in belastingzaken niet automatisch leidt tot vernietiging van de aanslag, maar dat belangenafwegingen en herstelmogelijkheden doorslaggevend zijn. Het beroep werd verworpen, maar de Staatssecretaris werd wel opgedragen het griffierecht van belanghebbende in cassatie te vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting.