ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2687
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaken
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1999, 2000 en 2001. De bezwaarprocedures en daarop volgende beroepsprocedures duurden aanzienlijk langer dan de redelijke termijn van twee jaar, wat aanleiding gaf tot aanspraak op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank had eerder een schadevergoeding van €11.250 toegekend aan belanghebbende, waarvan een deel voor rekening van de Staat was. Zowel belanghebbende als de inspecteur gingen in hoger beroep tegen de omvang van deze vergoeding. Het Hof overwoog dat voor de jaren 1999 en 2000 dezelfde fiscale vraag speelde en dat daarom slechts voor het jaar met de grootste overschrijding een vergoeding toekwam.
Verder verwierp het Hof het verweer van de inspecteur dat belanghebbende de schade had kunnen beperken door eerder beroep in te stellen tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Het Hof stelde de totale schadevergoeding voor de jaren 1999, 2000 en 2001 vast op €7.450 en veroordeelde de inspecteur tot betaling hiervan, waarbij tevens proceskosten werden toegekend. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de omvang van de schadevergoeding betrof.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €7.450 wegens overschrijding van de redelijke termijn.