Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 oktober 2020
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
De Verordeningen
Vaststaande feiten
“ Specificatie tarief watersysteemheffing
Onderbouwing kostentoedeling
Kostenverdeling watersysteembeheer en zuiveringsbeheer
A. Specifieke kosten
B. Resteert te verdelen89.158.637
36.742.274 41,21 %
Oordeel van de Rechtbank
“In mijn brief met kenmerk 2017.06.20CK is abusievelijk vermeld dat jouw nieuwe functie Productiemanager is geworden. Dit moet zijn clustermanager Productie ”Hieruit blijkt dat [C] is aangesteld als clustermanager Productie. Hiermee is [C] rechtsgeldig als heffingsambtenaar aangewezen. Het bestreden besluit is dan ook bevoegd door [C] als heffingsambtenaar genomen. Op grond van vaste rechtspraak (vergelijk Hoge Raad 16 december 1998, ECLI:NL:HR1998:AA2596) moet, als het aanslagbiljet niet vermeldt wie de aanslag heeft opgelegd, ervan worden uitgegaan dat de aanslag door de heffingsambtenaar is opgelegd. Anders dan [belanghebbende] aanvoert, zijn er geen aanwijzingen dat de aanslag niet door de heffingsambtenaar is opgelegd. In tegendeel, in de bezwaarclausule op de achterkant van het aanslagbiljet staat dat bezwaar gemaakt kan worden bij de heffingsambtenaar.
Omschrijving geschil in hoger beroep, standpunten en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Stb.2007, 497, sedertdien gewijzigd (Waterschapsbesluit) stelt eisen aan de boekhouding van het waterschap. De begroting moet de volgende kostendragers bevatten:
niethet bewerkstelligen van uitstel van de besluitvorming en – in het verlengde daarvan – evenmin het verkrijgen van (onder meer) een hogere dwangsom.