ECLI:NL:HR:1999:AA2626
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over fiscale kwalificatie ziekenfondscontract fysiotherapiepraktijk
Belanghebbende nam samen met twee anderen een fysiotherapiepraktijk over, waarbij een overnamesom werd betaald die deels betrekking had op ziekenfondsverzekerden. Het hof kwalificeerde het ziekenfondscontract als een niet slijtend onlichamelijk bedrijfsmiddel waarop niet kon worden afgeschreven, en verwierp de stelling dat sprake was van goodwill.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het ziekenfondscontract vanwege mogelijke kortingen en niet-verlenging toch op één lijn gesteld moet worden met goodwill. Ook is het oordeel over de waarde van het contract onbegrijpelijk omdat een substantieel deel van het bedrag moet worden toegerekend aan goodwill.
Daarnaast wijst de Hoge Raad erop dat een stelling over een beleidswijziging van de belastingdienst niet voor het eerst in cassatie kan worden ingebracht. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.