ECLI:NL:HR:1999:AA2787
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken economisch belang
Belanghebbende had in 1985 een pakket gewone en preferente aandelen in A B.V. en droeg deze in december 1985 over aan Stichting Administratiekantoor J, waarbij hij certificaten ontving. Tevens verstrekte hij aan Stichting G een lening en verkocht preferente aandelen aan deze stichting. In 1988 werd de lening kwijtgescholden. Stichting G had geen andere activa dan de preferente aandelen en verstrekte enkele kleine schenkingen en een renteloze lening.
In 1990 gebruikte belanghebbende zijn resterende certificaten gewone aandelen ter volstorting van aandelen in K B.V. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op op basis van het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de verkrijgingsprijs van de certificaten, stellende dat belanghebbende nog een aanmerkelijk belang had.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had ontkracht dat hij het economische belang bij de preferente aandelen had behouden. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat uit de stukken niet blijkt dat belanghebbende zowel de juridische zeggenschap als het economische belang bij de preferente aandelen heeft behouden of opnieuw verworven.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en de navorderingsaanslag, en veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur in de proceskosten. Er is geen strijd met de doelstelling van artikel 39 Wet Pro inkomstenbelasting bij de gekozen verwatering van het aanmerkelijk belang.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1990 wegens het ontbreken van economisch belang bij de preferente aandelen.