ECLI:NL:PHR:2026:123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring cassatieberoep over economisch belang en verlengde navorderingstermijn bij aanmerkelijk belang
Belanghebbende was tot 2007 juridisch aandeelhouder van [A] BV, waarna de aandelen werden overgedragen aan buitenlandse entiteiten. In 2008 en 2010 ontving belanghebbende bedragen die de Inspecteur als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (ab) aanmerkte. Zowel de Rechtbank als het Hof bevestigden dit en pasten de verlengde navorderingstermijn toe.
Het cassatieberoep richt zich op de vraag of iemand die niet juridisch aandeelhouder is, toch als aandeelhouder kan worden aangemerkt op basis van economisch belang. De conclusie van de Procureur-Generaal stelt dat het volledige economische belang bepalend is en dat juridische zeggenschap irrelevant is. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende economisch gerechtigd bleef tot de aandelen, ondanks de tussenkomst van buitenlandse rechtspersonen.
De Hoge Raad bevestigt dat het onderscheid tussen stroman-benadering en economisch belang-benadering overbodig is en dat het Hof voldoende feiten heeft vastgesteld om het economisch belang van belanghebbende aan te nemen. De verlengde navorderingstermijn is terecht toegepast omdat het voordeel via buitenlandse rekeningen aan belanghebbende is toegekomen. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel bevestigd dat belanghebbende economisch gerechtigd is tot het aanmerkelijk belang en de verlengde navorderingstermijn terecht is toegepast.