ECLI:NL:HR:1999:AA2790
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat schadevergoeding wegens wanprestatie niet belast is als vervangende premie
Belanghebbende kocht in 1986 een woning die als premie A woning zou kwalificeren, maar door gestegen stichtingskosten kwam deze niet meer in aanmerking voor premie A, maar voor premie B. Belanghebbende ontving daarom een lagere premie en vorderde schadevergoeding van de verkopers wegens wanprestatie. Na een schikking betaalden de verkopers een schadevergoeding van 35.000 gulden.
De Inspecteur kwalificeerde deze schadevergoeding als vervangende inkomsten en belastte deze als zodanig. Het Hof vernietigde deze kwalificatie en stelde dat de schadevergoeding voortvloeide uit wanprestatie en niet als vervangende premie A kon worden aangemerkt.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende van meet af aan geen aanspraak had op premie A, omdat de woning al bij aankoop niet meer aan de voorwaarden voldeed. De schadevergoeding betrof een vergoeding voor wanprestatie en niet voor gederfde periodieke inkomsten. Daarom werd het cassatieberoep verworpen.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en het arrest werd op 30 juni 1999 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de aanslagvermindering door het Hof bevestigd.