ECLI:NL:HR:1999:AA2838

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juli 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34499
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 73 WaterschapswetArt. 74 WaterschapswetArt. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering ingezetenenomslag wegens niet tijdige bekendmaking wijzigingsbesluit Waterschapsverordening

Belanghebbende werd een ingezetenenomslag van f 37,-- opgelegd door het Hoogheemraadschap van Delfland over het jaar 1996. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze heffing gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad onderzocht of het wijzigingsbesluit van de Verordening omslagheffing Delfland 1995, waarop de heffing was gebaseerd, tijdig en rechtsgeldig was bekendgemaakt conform artikel 73 van Pro de Waterschapswet. Uit de stukken bleek dat de bekendmaking pas op 1 februari 1996 had plaatsgevonden, terwijl de heffing al op 25 januari 1996 was opgelegd.

Hierdoor was het wijzigingsbesluit op het moment van de heffing nog niet verbindend. Dit betekende dat de oorspronkelijke tarieven van de Verordening moesten worden toegepast, wat resulteerde in een lagere heffing van f 35,-- in plaats van f 37,--. De Hoge Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraken en bepaalde dat het lagere bedrag geheven moest worden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de ingezetenenomslag tot f 35,-- wegens niet tijdige bekendmaking van het wijzigingsbesluit.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 17 juni 1998 betreffende na te melden van hem over het jaar 1996 geheven ingezetenenomslag van het Hoogheemraadschap van Delfland.
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is aan ingezetenenomslag van het Hoogheemraadschap van Delfland over het jaar 1996 een bedrag geheven van f 37,--, welke heffing, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd van de afdeling Belastingen is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van het Hoofd in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij brief van de Griffier van de Hoge Raad van 15 april 1999 zijn inlichtingen gevraagd aan de Secretaris van het Hoogheemraadschap van Delfland betreffende de bekendmaking van het besluit van de verenigde vergadering van Delfland van 23 november 1995 tot wijziging van de Verordening omslagheffing Delfland 1995. Deze heeft bij brief van 23 april 1999 geantwoord.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
4.1. Het bestreden bedrag is, bij kennisgeving gedagtekend 25 januari 1996, geheven op grond van de Verordening omslagheffing Delfland 1995 (hierna: de Verordening), zoals gewijzigd bij het onder 2 genoemde besluit (hierna: het Wijzigingsbesluit).
4.2. Aangezien het Wijzigingsbesluit een verordening is in de zin van artikel 73 van Pro de Waterschapswet is voor de verbindendheid daarvan bekendmaking vereist. Uit de stukken van het geding, waaronder de briefwisseling met de Secretaris van het Hoogheemraadschap van Delfland, moet worden afgeleid dat bekendmaking op de door dat artikel voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden op 1 februari 1996.
4.3. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat op het tijdstip waarop het bestreden bedrag werd geheven, het Wijzigingsbesluit nog niet was bekendgemaakt in de zin van artikel 73 van Pro de Waterschapswet, en ingevolge het eerste lid van dat artikel nog niet verbindend was. Dat Wijzigingsbesluit houdt, voorzover van belang, een wijziging in van artikel 14 van Pro de Verordening, dat de tarieven van de ingezetenenomslag bevat. Dat ten tijde van de heffing waarover het hier gaat het Wijzigingsbesluit nog niet verbindend was, brengt derhalve mee dat in dit geval de oorspronkelijke tarieven dienen te worden toegepast. Die tarieven zijn: voor de waterkeringszorg f 14,64 en voor het waterkwantiteitsbeheer f 21,--, hetgeen leidt tot een heffing ten bedrage van f 35,--. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het Hof en de uitspraak van het Hoofd,
- vermindert de heffing tot een bedrag van f 35,--, en
- gelast dat door het Hoofd aan belanghebbende wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van f 90,--, alsmede het bij het Hof gestorte griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van f 40,--, derhalve in totaal f 130,--.
Dit arrest is op 27 juli 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Fehmers, en op die datum in het openbaar uitgesproken