ECLI:NL:HR:1999:AA2846
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks crediteurenakkoord
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tweede halfjaar van 1992, inclusief een verhoging en heffingsrente. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar het Hof Amsterdam verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en verminderde de aanslag. X B.V. stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had geoordeeld dat de omzetbelasting over het tijdvak verschuldigd was, ondanks dat X B.V. een crediteurenakkoord had gesloten waarbij 20% van de openstaande vorderingen werd voldaan. Het hof baseerde zich op de financiële positie van X B.V. eind 1992, de jaarrekening, en het directieverslag waarin de activiteiten werden gestaakt.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het hof ten onrechte was uitgegaan van de achteraf opgemaakte jaarrekening en dat de belastingplichtige een keuze had over het tijdstip van belastingbetaling. Tevens werd geoordeeld dat de heffingsrente terecht was opgelegd omdat X B.V. ervoor koos de naheffingsaanslag af te wachten in plaats van vrijwillig te betalen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde X B.V. niet in de proceskosten. Het arrest werd op 24 augustus 1999 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag en heffingsrente.