ECLI:NL:HR:1999:AA2912
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid navordering vennootschapsbelasting bij niet-belastingplichtige zonder vaste inrichting
Belanghebbende, gevestigd in Frankrijk, trad in Nederland op via onafhankelijke gevolmachtigde agenten. Voor 1991 werd een aanslag vennootschapsbelasting van nihil met verrekening van dividendbelasting opgelegd, wat leidde tot een teruggaaf. Deze aanslag was onterecht omdat belanghebbende niet belastingplichtig was in Nederland wegens het ontbreken van een vaste inrichting volgens het belastingverdrag met Frankrijk.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op zonder verrekening van dividendbelasting, welke door belanghebbende werd bestreden. Het Hof vernietigde de navorderingsaanslag en de Staatssecretaris stelde cassatieberoep in. De Hoge Raad moest beoordelen of navordering op grond van artikel 16 lid 2 AWR Pro mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat navordering niet mogelijk is omdat vennootschapsbelasting alleen geheven kan worden van belastingplichtigen. Aangezien belanghebbende niet belastingplichtig was, kon de verrekening van dividendbelasting niet worden teruggedraaid via navordering. Het cassatieberoep werd verworpen en de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de navorderingsaanslag vernietigd.