ECLI:NL:PHR:2018:469
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over frauduleuze ambtshalve belastingteruggave en navordering vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse beheermaatschappij, ontving in 2014 een frauduleuze belastingteruggave van €19.500.000 op basis van een ambtshalve genomen beschikking door een belastingambtenaar die buiten zijn bevoegdheid trad. Deze ambtenaar had zonder schriftelijk verzoek en met fraude een teruggaaf dividendbelasting gefingeerd, waarna het bedrag werd uitgekeerd en deels naar buitenlandse rekeningen werd overgemaakt.
Na ontdekking legde de Belastingdienst een navorderingsaanslag op om de onterecht betaalde teruggave te corrigeren. Rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de navordering. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde echter dat het besluit van de ambtenaar niet aan het bestuursorgaan kon worden toegerekend omdat het buiten zijn mandaat viel, waardoor het besluit ongeldig was en navordering niet mogelijk.
De Staatssecretaris en belanghebbende stelden cassatieberoepen in. De A-G concludeerde dat de ambtenaar formeel bevoegd was en dat het besluit niet nietig is, ook al was het materieel onjuist. De zaak betreft de vraag of een frauduleus ambtshalve genomen besluit binnen het mandaat valt en de gevolgen daarvan voor navordering.
De zaak illustreert de complexiteit rond mandaatverlening, bestuursrechtelijke bevoegdheden en de grenzen van navordering bij onrechtmatige betalingen door de Belastingdienst. Tevens is aandacht voor de interne controle en fraudebestrijding binnen de Belastingdienst.
Uitkomst: Het Hof vernietigde de navorderingsaanslag omdat het frauduleuze besluit van de belastingambtenaar niet aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend en navordering niet mogelijk is.