ECLI:NL:HR:1999:AA2933
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1984 zonder toepassing van verhoging
Belanghebbende werd aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1984, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 35.342. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 64.352 en een verhoging van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Het Hof Arnhem handhaafde de navorderingsaanslag zonder toepassing van een verhoging.
Belanghebbende stelde in cassatie diverse middelen aan de orde, waaronder dat rente-vooraf-biljetten van banken gelijkgesteld moesten worden aan CDK-spaarbiljetten en dat het beginsel van opgewekt vertrouwen was geschonden. De Hoge Raad verwierp deze middelen, onder meer omdat het Hof terecht oordeelde dat de biljetten niet vergelijkbaar waren en dat het betoog over het beginsel van opgewekt vertrouwen feitelijk neerkwam op een wetsuitlegkwestie die juist was beoordeeld.
De overige middelen konden ook niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en wees het beroep af. Hiermee bleef het arrest van het Hof Arnhem in stand dat de navorderingsaanslag bevestigde zonder verhoging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1984 zonder toepassing van een verhoging.