ECLI:NL:HR:1999:AA2935
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over toepassing 35%-regeling en verwijst terug voor nader onderzoek
Belanghebbende, een piloot die in 1990 in het buitenland werd aangeworven voor een binnenlandse werkgever, kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 148.613. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot f 94.375. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende, op grond van het gelijkheidsbeginsel, recht had op een aftrek van 35% van zijn salaris vanaf 1 juni 1994, gelijk aan andere buitenlandse piloten die via dezelfde werkgever werden beloond. Tevens had het Hof belanghebbende ook voor de periode 1 januari tot 1 juni 1994 deze aftrek toegekend, ondanks het ontbreken van een aanvraag in die periode.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte voor de periode vóór de aanvraag de aftrek had toegekend, omdat belanghebbende zich toen niet op het beleid kon beroepen. Daarnaast stelde de Hoge Raad dat het gelijkheidsbeginsel meebrengt dat werknemers die voldoen aan de materiële criteria van de 35%-regeling, ook zonder vergoeding recht hebben op aftrek van extra uitgaven, tenzij er een objectieve rechtvaardiging is voor ongelijke behandeling.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor nader onderzoek naar de vraag of belanghebbende daadwerkelijk extra uitgaven heeft gemaakt die aftrekbaar zijn. De beslissing over de proceskosten in cassatie wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de aftrekbaarheid van extra uitgaven onder de 35%-regeling.