ECLI:NL:RBAMS:2001:AE1893
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over premieplicht en matigingsbeleid bij buitenlandse luchtvaartmaatschappij
Eiseres, een in Polen gevestigde luchtvaartmaatschappij met een nevenvestiging in Amsterdam, betwistte de premieplicht voor haar Poolse werknemers over de jaren 1990 tot en met 1995. De rechtbank stelde vast dat de werknemers terecht als verzekerd werden aangemerkt op grond van Nederlandse werknemersverzekeringswetten, aangezien zij in Nederland werkten en geen vrijstelling was aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar over het premiejaar 1990 niet-ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de brutering van loon door verweerder onvoldoende was gemotiveerd en dat de toepassing van de 35%-regeling niet terecht was, omdat eiseres te laat een verzoek had ingediend.
Belangrijk was de constatering dat het matigingsbeleid ARA-PBZ niet consistent werd toegepast, waardoor willekeur ontstond tussen werkgevers. Dit was in strijd met het verbod van willekeur volgens de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen voor de jaren 1991 tot en met 1995.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres werd vergoed. Tegen deze uitspraak kon hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens willekeur in het matigingsbeleid en het bezwaar over 1990 wordt niet-ontvankelijk verklaard.