ECLI:NL:HR:1999:AA3391
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen bij exploitatie van sauna in meerdere panden
Belanghebbende exploiteerde twee sauna’s in verschillende panden, waarbij pand D aanvankelijk volledig als ondernemingsvermogen werd aangemerkt. Na verkoop van inventaris en goodwill van de sauna in pand D in 1987, bleef belanghebbende dit pand tot zijn ondernemingsvermogen rekenen. Het hof stelde vast dat er sprake was van één onderneming en oordeelde dat het belanghebbende vrijstond pand D tot het ondernemingsvermogen te blijven rekenen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat het standpunt van het hof, dat pand D ook na verkoop van inventaris en goodwill tot het ondernemingsvermogen kan behoren, juist is gezien de exploitatie van de sauna in pand C en D als één onderneming.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat geen aanleiding bestaat voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 24 november 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.