ECLI:NL:PHR:2001:AA9955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en mandaat bij terugvordering van bijstand door gemeente Zutphen
In deze zaak gaat het om de terugvordering van bijstand die de gemeente Zutphen aan verzoeker heeft verstrekt. De uitkering werd beëindigd omdat verzoeker duurzaam samenwoonde met een ander en de gezamenlijke inkomsten hoger waren dan de norm. De gemeente vorderde vervolgens de terugbetaling van de ten onrechte ontvangen bijstand.
De rechtbank en het hof hadden geoordeeld dat burgemeester en wethouders bevoegd waren tot het nemen van besluiten tot terugvordering en het instellen van een gerechtelijke procedure, en dat deze bevoegdheden gemandateerd konden worden aan de directeur van de Sociale Dienst. Verzoeker stelde dat de gemeenteraad toestemming had moeten geven voor het instellen van de procedure en dat het mandaat onduidelijk was.
De Hoge Raad bevestigde dat de gemeenteraad het mandaat aan burgemeester en wethouders had verleend en dat deze het mandaat weer aan de directeur konden geven. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het bewijs van samenwoning voldoende was geleverd, maar dat de rechtbank ten onrechte het aanbod tot het leveren van tegenbewijs heeft gepasseerd op grond van onvoldoende specificatie, wat strijdig is met de algemene bewijsregels.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en verwees de zaak voor verdere behandeling terug. De procedurele en materiële aspecten van de terugvordering blijven daarmee open voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Zutphen is vernietigd en de zaak is verwezen voor verdere behandeling.