ECLI:NL:HR:2006:AV1109
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid cassatieberoep in onteigeningszaak en verbetering vonnis
In deze onteigeningszaak tussen de Staat en Princeville Beheer B.V. over vervroegde onteigening ten algemene nutte voor de Hogesnelheidslijn-Zuid, heeft de rechtbank Breda de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling vastgesteld. De Staat stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van 9 februari 2005, waarin het eerdere vonnis van 1 december 2004 was verbeterd.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep voor zover gericht tegen het niet verbeterde deel van het vonnis van 1 december 2004 niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de termijn volgens art. 52 Onteigeningswet Pro. Tevens werd bevestigd dat een verbetering van een vonnis van een meervoudige kamer niet door een enkelvoudige kamer mag worden uitgevoerd.
Hoewel deze klacht gegrond was, leidde dit niet tot vernietiging omdat de Staat geen belang had bij vernietiging van de verbetering. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Princeville werd niet behandeld omdat aan de voorwaarde voor behandeling niet was voldaan. De Staat werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat is niet-ontvankelijk voor het niet verbeterde deel van het vonnis en het beroep wordt voor het overige verworpen.