ECLI:NL:HR:1999:ZD1533
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Koster
- raadsheer Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtstreekse schade en kosten rechtsbijstand bij zware mishandeling
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor zware mishandeling en andere feiten en een schadevergoeding toegekend aan de benadeelde partij. De benadeelde partij had onder meer kosten gevorderd voor inschrijving bij een woningstichting en voor rechtsbijstand.
De Hoge Raad oordeelt dat de kosten voor inschrijving bij de woningstichting als rechtstreekse schade kunnen worden aangemerkt, omdat deze het directe gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit. De kosten voor rechtsbijstand kunnen echter niet als rechtstreekse schade worden beschouwd, waardoor de vordering daarop niet ontvankelijk is.
De Hoge Raad past artikel 361, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering toe en veroordeelt de verdachte tot vergoeding van de kosten rechtsbijstand. De vordering tot schadevergoeding wordt toegekend tot een bedrag van ƒ 3574,-, met een verplichting tot betaling aan de Staat en een hechtenis van 43 dagen bij niet-betaling.
Het arrest vernietigt het hof arrest uitsluitend voor het deel van de beslissing over de schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel, en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hof arrest deels, wijst schadevergoeding toe tot ƒ 3574,- en veroordeelt verdachte tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.