ECLI:NL:HR:2000:AA4779
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over matiging boete bij non-concurrentiebeding wegens disproportionele schade
In deze zaak vordert verweerster betaling van een boete van ƒ 50.000 wegens overtreding van een non-concurrentiebeding door eiser. De Rechtbank wijst de vordering toe en het hof bekrachtigt dit oordeel. Eiser stelt in hoger beroep dat de boete gematigd moet worden vanwege de geringe schade van ongeveer ƒ 210 en het disproportionele karakter van de boete.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de grote discrepantie tussen de werkelijke schade en de boete niet tot matiging van de boete leidt. Volgens art. 6:94 lid 1 BW Pro kan de rechter een boete matigen als de billijkheid dit vereist, bijvoorbeeld bij buitensporige boetes in verhouding tot de schade.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het hof de motivering omtrent de matiging van de boete moet heroverwegen. Tevens veroordeelt de Hoge Raad verweerster in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de matiging van de boete.