ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1825
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J.J. Los
- J.H. Huijzer
- J.W. Hoekzema
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toetsing en matiging van boetebeding in huurovereenkomst woonruimte onder Richtlijn oneerlijke bedingen
Jahani verhuurt een woning aan [appellant] onder een huurovereenkomst met algemene bepalingen waarin een boetebeding is opgenomen. [Appellant] betaalde de huur niet volledig en werd door de rechtbank veroordeeld tot betaling van huur, boetes en kosten. In hoger beroep betoogt [appellant] dat de boete buitensporig is en pleit voor matiging, waarbij vragen rijzen over de toepasselijkheid van de Richtlijn oneerlijke bedingen op huurovereenkomsten en de rol van de rechter bij ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen.
Het hof bespreekt jurisprudentie van het HvJ EU over de bevoegdheid van nationale rechters om oneerlijke bedingen ambtshalve te toetsen, ook buiten de grieven om, en de verhouding tussen vernietigbaarheid en matiging van boetebedingen. Tevens wordt de vraag gesteld of verhuur van woonruimte onder de richtlijn valt en of de rechter verplicht is een boetebeding buiten toepassing te laten indien het oneerlijk is.
Het hof besluit prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU om duidelijkheid te verkrijgen over de reikwijdte van de richtlijn, de openbare orde status van de nationale uitvoeringswetgeving en de verhouding tussen matiging en vernietiging van boetebedingen. Het geding wordt geschorst totdat het HvJ uitspraak doet.
Uitkomst: Het hof schorst de procedure en verzoekt het HvJ EU prejudiciële uitleg over de toetsing en matiging van het boetebeding in de huurovereenkomst.