ECLI:NL:HR:2000:AA4987
Hoge Raad
- Cassatie
- Korthals Altes
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt termijn voor bezwaar tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren op 2 april 1996. Na bezwaar werd de aanslag door Burgemeester en Wethouders gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof bevestigde de uitspraak en verklaarde het bezwaar niet tijdig ingediend.
In cassatie stelde belanghebbende dat de bezwaartermijn niet op de dag van aanbrengen van het aanslagbiljet op het voertuig moest beginnen, maar pas bij ontvangst van het duplicaat met acceptgiro. De Hoge Raad overwoog dat artikel 234 lid 8 van Pro de Gemeentewet deze wijze van bekendmaking als rechtsgeldig beschouwt en dat de termijn aanvangt op de dag van aanbrengen van het aanslagbiljet.
De Hoge Raad verwierp het betoog dat de termijn pas bij ontvangst van het duplicaat zou beginnen, mede omdat de wetgever bewust deze wijze van bekendmaking heeft geaccepteerd en er voldoende rechtsbescherming is. Ook het argument dat bij aanwezigheid van de belanghebbende bij het aanbrengen van het aanslagbiljet de termijn anders zou moeten zijn, werd verworpen.
Het beroep werd verworpen en de uitspraak van het Hof bevestigd. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het bezwaar tegen de naheffingsaanslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.