Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2000:AA5170

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C98/226HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Mijnssen
  • Heemskerk
  • Van der Putt-Lauwers
  • Fleers
  • De Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Huurprijzenwet woonruimteArt. 12 Huurprijzenwet woonruimte
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid verhuurder voor servicekosten volgens Huurprijzenwet woonruimte

De zaak betreft een geschil tussen huurders en de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij (BPFK) over de aansprakelijkheid voor servicekosten die door een derde partij aan de huurders in rekening zijn gebracht. De huurders vorderden dat BPFK als verhuurder verantwoordelijk zou zijn voor deze kosten op grond van de Huurprijzenwet woonruimte.

De Kantonrechter wees de vordering af, wat werd bekrachtigd door de Rechtbank Breda. De huurders stelden vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep van de huurders verworpen, waarbij werd bevestigd dat de verplichtingen en aansprakelijkheden voor de geleverde service en de daarvoor in rekening gebrachte prijzen rusten op de verhuurder zoals bedoeld in de Huurprijzenwet.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer, die tot verwerping van het beroep strekte, werd gevolgd. De Hoge Raad veroordeelde de huurders tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee is de eerdere rechtspraak bevestigd dat de verhuurder aansprakelijk is voor de servicekosten die aan huurders worden doorberekend.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en de verhuurder blijft aansprakelijk voor de servicekosten.

Uitspraak

17 maart 2000
Eerste Kamer
Nr. C98/226HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [huurder 1],
2. [huurder 2],
beiden wonende te [woonplaats], België,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr J.K. Franx,
t e g e n
de stichting STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [huurders] - hebben bij exploit van 10 september 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: BPFK - op verkorte termijn gedagvaard voor de Kantonrechter te Bergen op Zoom en gevorderd bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat op BPFK jegens [huurders] de verplichtingen en aansprakelijkheden voor de door Krijtenburg Dienstverlening aan [huurders] geleverde service en daarvoor in rekening gebrachte prijzen rust, welke de Huurprijzenwet legt op de ‘verhuurder’ als in die wet bedoeld.
BPFK heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 26 februari 1997 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [huurders] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Breda.
Bij vonnis van 24 maart 1998 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank hebben [huurders] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BPFK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BPFK begroot op ƒ 597,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Mijnssen als voorzitter en de raadsheren Heemskerk, Van der Putt-Lauwers, Fleers en De Savornin Lohman, en in
het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 17 maart 2000.