ECLI:NL:GHARL:2024:5745
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over draagplicht investerings- en onderhoudskosten WKO-installatie bij huurwoning
De huurder [geïntimeerde1] huurt sinds 1 februari 2021 een woning van Tuindorp in een complex met een gemeenschappelijke warmtekoudeopslag-installatie (WKO-installatie). De exploitatie van deze installatie is uitbesteed aan Eteck, die ook eigenaar is van de installatie en de afleversets in de woningen. Huurders zijn verplicht een warmteleveringsovereenkomst met Eteck te sluiten en betalen vaste kosten aan Eteck.
De huurder vorderde bij de kantonrechter dat de verhuurder Tuindorp de vaste investerings- en onderhoudskosten van de WKO-installatie voor haar rekening neemt. De kantonrechter ging hierin mee, maar Tuindorp ging in hoger beroep. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen af.
Het hof oordeelde dat de WKO-installatie onroerende aanhorigheid is, maar dat het feit dat Tuindorp niet zelf warmte/koude levert en de huurder een overeenkomst met een derde (Eteck) heeft gesloten, betekent dat Tuindorp niet verplicht is de vaste kosten te dragen. De investerings- en onderhoudskosten zijn niet inbegrepen in de kale huurprijs en er is geen sprake van dubbele betaling door de huurder.
Het hof volgde de strekking van het arrest van de Hoge Raad 21 januari 2022 (Acantus) en benadrukte dat dit arrest alleen ziet op gevallen waarin de verhuurder ook leverancier is. Ook vond het hof dat Tuindorp een redelijke grond had om de exploitatie aan Eteck uit te besteden en dat de huurovereenkomst geen grondslag biedt voor een draagplicht van Tuindorp. De huurder werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de huurder af en veroordeelt hem tot terugbetaling en proceskosten.