ECLI:NL:PHR:2000:AA5170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid verhuurder voor servicekosten door derde onder Huurprijzenwet woonruimte
In deze zaak staat centraal of de verhuurder, Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij (BPFK), verplicht is volgens de Huurprijzenwet woonruimte (Hpw) verantwoording af te leggen over servicekosten die een derde, Krijtenburg Dienstverlening, aan huurders in rekening brengt. De huurders hadden een huurovereenkomst met BPFK en daarnaast een aparte overeenkomst met Krijtenburg voor aanvullende diensten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de Hpw van toepassing is op de huurprijs die is afgestemd op de kwaliteit van de woonruimte en de daarbij behorende woongebonden diensten, maar niet op de afzonderlijke serviceovereenkomst tussen huurders en Krijtenburg. De verhuurder draagt geen verantwoordelijkheid voor de nakoming van de verplichtingen van Krijtenburg jegens de huurders.
De Hoge Raad bevestigt dat de verhuurder niet kan worden verplicht tot verantwoording over kosten die door een derde worden berekend, ook niet indien de huurovereenkomst de huurders verplicht een contract met die derde aan te gaan. De Hpw heeft geen ruimere strekking dan het afstemmen van de huurprijs op de kwaliteit van de woonruimte. De klacht van de huurders wordt verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de verhuurder niet verantwoordelijk is voor de servicekosten die een derde aan huurders in rekening brengt en wijst het cassatieberoep af.