ECLI:NL:HR:2000:AA5868
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt adoptie door vader en stiefmoeder ondanks verzet moeder
De zaak betreft het verzoek van de vader en stiefmoeder om adoptie van de dochter uit het huwelijk van de vader met de moeder, na echtscheiding en langdurige verzorging door de adoptanten. De moeder verzette zich tegen de adoptie. De rechtbank en het hof wezen het verzoek toe en bekrachtigden de adoptie, waarbij het hof oordeelde dat het belang van de dochter bij de adoptie zwaarder woog dan het vetorecht van de moeder.
De Hoge Raad bevestigde dat het voor 1 april 1998 geldende recht van toepassing is en dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind is. De dochter had gedurende lange tijd weinig contact met de moeder en werd door de vader en stiefmoeder opgevoed, met wie zij een hechte band had. Het hof vond dat de moeder misbruik maakte van haar vetorecht omdat haar belang bij het verzet niet opwoog tegen het belang van de dochter.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de motivering voldoende was. Ook het verzoek om deskundigenrapportage werd terecht afgewezen. De beslissing bevestigt de adoptie en benadrukt het belang van het kind bij adoptie en de beperking van het vetorecht van de andere ouder.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de adoptie door de vader en stiefmoeder ondanks het verzet van de moeder.