ECLI:NL:HR:2000:AA6521
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid successierecht bij vruchtgebruik aandelen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarin het betaalde successierecht over het verkrijgen van vruchtgebruik op aandelen niet als aftrekbare kosten werd erkend. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze beslissing bevestigd.
De casus betrof een legaat van vruchtgebruik op 6.000 aandelen, waarbij het vruchtgebruik niet als tijdelijk recht werd aangemerkt. Het betaalde successierecht werd door het Hof niet gelijkgesteld met inkomsten uit dat vruchtgebruik en daarom niet als aftrekbare kosten erkend.
De Hoge Raad oordeelde dat het successierecht geen tegenprestatie is voor de inkomsten uit het vruchtgebruik en niet kan worden gerekend tot kosten die zakelijk verbonden zijn aan het verkrijgen, innen of behouden van die inkomsten. Ook de duur van het vruchtgebruik (twee jaar) deed hieraan niet af.
De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof dat het successierecht niet aftrekbaar is bij de berekening van het belastbare inkomen van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het successierecht niet aftrekbaar is als kosten bij de inkomstenbelasting.