ECLI:NL:HR:2000:AA7365
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling peildatum waardebepaling bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Partijen waren op 25 maart 1970 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn op 22 juli 1996 gescheiden. Op 15 november 1993 sloten zij een echtscheidingsconvenant waarin zij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap regelden met het oog op de aanstaande echtscheidingsprocedure.
De vrouw vorderde vernietiging van dit convenant omdat zij meende bij de verdeling benadeeld te worden. Een belangrijk geschilpunt was de peildatum voor de waardebepaling van de goederen. De rechtbank stelde vast dat de peildatum het moment van de verdeling was, namelijk 15 november 1993, de datum van het convenant. Het hof oordeelde echter dat de verdeling pas plaatsvond na ontbinding van het huwelijk, dus op 22 juli 1996.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de peildatum de datum van ontbinding van het huwelijk is, tenzij uit het convenant blijkt dat partijen een andere bedoeling hadden. Het hof had het convenant uitgelegd als een verdeling onder opschortende voorwaarde van ontbinding van het huwelijk, wat niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man en bepaalde dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de peildatum voor waardebepaling de datum van ontbinding van het huwelijk is.